Jort van Dijk DWDD

De Wereld Draait Door. Het dagelijkse behang tussen 7 en 8 voor zo’n anderhalf miljoen mensen. Misschien is het mijn eetpatroon, misschien zijn het mijn interesses, maar ik kijk het programma zelden. Het was dan ook pas recent en bij toeval dat ik kennismaakte met hun nieuwste plan: een Pop-up Museum. Vorige week ging het open in het Allard Pierson Museum. Tien bekenden van het programma zijn gevraagd daar elk één zaal in te richten met kunst uit de depots van verschillende Nederlandse musea. Ik leerde hierover in een uitzending waar Jasper Krabbé zijn collectie kwam toelichten. Hij vond de werken ‘helemaal crazy’, dus ik haakte al snel af. Want wat er precies crazy was, is dan een stuk minder belangrijk dan de vraag of het al dan niet gepast is voor een volwassen man om dingen crazy te vinden. Die discussie werd naadloos gevolgd door een vragenronde over zijn kaaklijn en toen we eindelijk klaar waren met Jasper Krabbé, was de zendtijd dat ook. Hij was ten prooi gevallen aan een veelvoorkomend kijkersprobleem. Het ging wel over de mensen op tv, maar niet over wat ze te zeggen hebben.

Dus zocht ik dat later even terug en kwam achter een heel interessant initiatief. Want hoe tof is het dat een verstopt deel van de opgeslagen museumcollecties wordt getoond? Maar tegelijkertijd: wie of wat zijn Marc-Marie Huijbregts of Halina Reijn om te bepalen wat ik daarvan te zien krijg? Bekend. En dat vind ik lastig. Net als het tijdelijk exposeren van kunst in een museum een ‘pop-up museum’ noemen. Bij mij thuis heet dat gewoon een tentoonstelling. Dat klinkt alleen niet zo hip en spannend als de term pop-up vijf jaar geleden voor veel mensen klonk. Maar wat als die hipheid for the masses, die BN’ers en hun primetime promotie nou betekenen dat hun anderhalf miljoen kijkers museumbezoekers worden? Vragen genoeg om met een gezonde dosis kritiek de trappen van het Allard Pierson op te gaan. Vroeg op de vrijdagmiddag, waar ik toch al in een heel behoorlijke bezoekersstroom mag aansluiten. Vrij standaard museumpubliek staat gekromd om een welkomsttekst van Matthijs van Nieuwkerk. Hij verklaart de keuze voor hun vaste gasten die ‘met hun kennis, humor en stijl ons programma vaak glans geven.’ Leuk en aardig. Maar kunnen ze ook een zaal inrichten?

Dat verschilt. Misschien ook omdat iedereen dat op zijn eigen manier heeft gedaan. De een hangt maar zes dingen op, waar de ander een ruimte volpropt. Sommigen geven een persoonlijke verantwoording bij elk werk, anderen doen het op een meer standaard manier. Er zijn zalen ingericht naar thema, of juist vanuit een persoonlijke visie op kunst. Dat maakt de tocht door het museum eentje van de hak op de tak. Tegelijkertijd is het wel mooi om te zien wat je allemaal kan doen met een zaal. En hoe weinig vernieuwend sommige ‘gewone musea’ eigenlijk zijn. Het is best leuk om niet allemaal perfect verdeelde muren te zien. En het is wel eens prettig om bij kunstwerken een persoonlijk verhaal in normale-mensen-taal te lezen. Maar dat ‘formaat, compositie en kleuren (…) bij Schnabel allemaal awesome’ zijn (drie keer raden volgens wie), gaat me dan weer wat ver. Een zelfde soort probleem had ik in de vol gedromde zaal van Nico Dijkshoorn. Die heeft korte verhaaltjes geschreven, geïnspireerd op de kunstwerken. Er wordt hardop gelachen. Hoe vaak maak je dat mee in een museum? Maar de terechte wedervraag: waar wordt om gelachen? Wat blijft hangen: de vazen en doeken uit het Drents Museum, of de teksten van Nico Dijkshoorn? Worden hier de constant genoemde ‘verborgen schatten’ in de spotlight gezet, of wordt die teveel geclaimd door de mensen die er net wat beter in gedijen?

‘Zware dingen heeft ze gekozen hè.’ Halina Reijn heeft een ruimte over leven en dood ingericht. Ongezellige stillevens aan de ene muur, levendige werken aan de ander. Er hangt een prachtige Van Gogh. Daar hoor je niemand over, maar die gekke Halina… Bekende Nederlanders in een museum zijn niet anders dan bekende Nederlanders op tv. We hebben het meer over hen dan wat ze willen laten zien. En dat is een gemiste kans. Want hoe verwarrend tien verschillende zalen ook zijn, het is verfrissend om leken te laten cureren. Een podium bieden voor mooi werk dat anders verstoft, is een geweldig idee. En ja, grote kans dat de bezoekersaantallen van het Allard Pierson verveelvoudigd gaan worden. Maar voor mij hangt er een te overheersende BN’er-bijsmaak. Alsof mensen hier vooral zijn om komende week tussen zeven en acht een paar goede anekdotes over hun favoriete gasten te hebben. Je moet het toch ergens over hebben als je door ze heen praat.

En je kan het die mensen ook niet helemaal verwijten. De tentoonstelling is er naar ingericht. Strakke filmpjes, portretfoto’s, grote namen in krulletters aan de muur. Je krijgt je favoriete gezichten even gelikt op je bordje als altijd. Als ik ze allemaal heb gezien, loop ik langs een ‘pop-up shop’. Een tafeltje met wat gerelateerde werken. Ansichtkaarten van de mooiste doeken? Naslagwerken over de kunstenaars? Nee. Antiglamour van Halina en Carice, Dijkshoorn kijkt kunst, of In stukjes van Marc-Marie. Werk van de sterren die de show iets te nadrukkelijk stelen.