Jort van Dijk Edward Hopper

Glen Kelly laat zich zo abrupt zakken dat zijn rechterbil niet op de zachte zitting ploft, maar hard neerkomt op de armleuning van zijn houten stoel. Het stoepkrijt. Steeds vergeet hij het stoepkrijt. De pijn trekt als een elastiek van zijn stuitje door zijn heupen. Hij schuift opzij en gaat zitten, legt de krant in zijn schoot en voelt de steken door zijn knokige, versleten wervels omhoog snijden.

De wind trekt door het verweerde hout van zijn raamkozijn. Hij sluit zijn ogen en voelt hoe het niet meer verkoelend maar koud is. En dan, als het antwoord op een kruiswoordraadsel, komt het binnen: hij zal sterven voor zij weer tot leven komt. De logica tocht door zijn rimpelige hoofd. Deze briesjes worden rukwinden, regen zal de stad in waaien. De zomer zal over zijn en dan is ze te laat.   Sinds die eerste avond kwam Rosie bijna niet uit bed. Het veel te felle licht bleef uit en terwijl op straat de uitbundigheid tot in de late warme uren omhoog bleef galmen, werd het appartement een spiegel van dat van Glen. Hij had nog iets minder om naar uit te kijken. Hij had de plof van de krant die Anne op de mat legt. Hij had zijn dochter aan het einde van de middag met wat eten, maar met elk stil weekend werd de week een langer wachten op Rosie tot hij de grip op hoop verloor.

Hij had niet gedacht op zijn leeftijd nog zo onzeker te hoeven zijn, maar de hele zomer vroeg hij zich af of het duister van zijn kamer wel diep genoeg was. Of het echt zijn schuld was geweest. Honderden keren zag hij de blik, hoorde hij het gekraak. De geschrokken ogen van Sterling waren een dia aan de binnenkant van zijn oogleden. Bij elk middagdutje in diezelfde stoel werd het beeld opnieuw belicht.

Hij probeerde zichzelf gerust te stellen. Maakte de kruiswoordpuzzel op de achterpagina en dacht aan de vorige zomers, de keren dat ze ook niets hadden gezien. Niet Rosie, niet haar gasten. De mooie jonge mannen en vrouwen voor wie Glen allemaal een naam bedacht. Hij zag ze lachen, praten, hangen op de bedrand, met hoge glazen die net zo onrustig tintelden als zijzelf. Gezang uit de open ramen. Gedans dat er nooit zo uit had gezien als ze wisten dat iemand anders hen daar zag. Een oude man die nooit meer met iemand zou dansen. De oude man die vandaag een deken over zijn stoel sloeg en zich dwong te berusten. Ook dit verlies zou hij een plek geven. Maar als ware het een beloning voor zijn rust en wijsheid werd hij wakker van zijn dutje en liep ze daar. Op de dag dat zijn laatste genot verloren leek. Het rode jurkje. De enige thuiszorg die hij nodig heeft. Zoals ze daar nu staat met haar handen in de koelkast. Haar vlezige benen zorgvuldig naast elkaar. Parallel. Niet als de pantomimespeler op de stoep onder haar raam, die al weken naar de blauwe hemel zwaait. Een gezonde vrouw, levendig, klaar voor een wilde avond. Glen recht zijn kromme rug tegen de houten leuning. Hij hoopt dat ze onderin de koeling moet zijn – groenten en fruit – dan kruipt de rand van haar rokje net hoog genoeg om zijn oude, krakende lijf in vlam te zetten.

Hoe lang was het geleden? De eerste warme avond. Maanden terug alweer. De kamer puilde uit van feestvierders en ze kropen het middelste raam uit, de rand op. Sterling en Julie. Het geroezemoes gleed door de droge lucht en hij bleef strak naar hen kijken.   Haar avondjurk, de slanke benen over de brede rand. Een hand bij haar oor. Het gezoen. De man in zijn lege, donkere woning. De hand op haar knie. Eerst gemoedelijk, dan sensueel. Zijn droge, knokige vingers vanaf zijn tepels naar zijn buik. Het fluisteren in haar oor, de kronkelende vingers vanaf haar knie omhoog. Het kroelen door zijn grijze borsthaar. Een voorzichtig spelen met de rand van haar jurkje. De zachte afwijzing. Zijn tenen trekken samen in de deken op de vloer. De hand wordt teruggeduwd. Zijn blote billen spannen aan in het oude, bruine kussen en zijn hart dreunt in zijn keel.

Maar dan is er de blik. Oogcontact? Terwijl Sterling druk beweegt, overcompenseert voor het flauwe duwtje, blijft zijn hoofd verstijfd staren. De weggeduwde arm slingert opzij. Zijn romp draait mee over de flauwe bocht, maar zijn ogen kijken strak vooruit. Glen Kelly voelt zich betrapt en nu nog naakter. Hij ziet hoe Sterling doorglijdt over de hoek van het pand. Zijn hoofd blijft recht, zijn lijf glijdt door. De kreet. De rillingen. En daarna het wachten.