Echte mensen

Ik sta in Amsterdam-Noord en ik ben onrustig. Voor me ligt een braakliggend stuk grond dat nog het meest doet denken aan een duinlandschap onder NAP. Een glooiend, in hoog riet gestoken zandland met plassen die de kinderlijke drang losmaken erin rond te stampen. Enige probleem: tussen mij en de duinen staat een metershoog hekwerk.

In mijn enthousiasme besluit ik om het braakliggende land heen te lopen, maar nergens wordt me een vuil paar schoenen gegund. Om de haverklap wuiven handen van blik mij weg met de mededeling dat het hier 'gevaarlijk' is. Saneringswerkzaamheden zijn er, maar je ziet er niemand.

Het is een gek stukje land, deze uitnodigende plek waar niemand mag komen. Aan de ene kant ervan staat het nieuwe Noord. Het stuk waar heel zuidelijk Amsterdam zo mee weg loopt. Aan de andere kant treft de doorzetter het oude Noord. Zoals ik ooit eens hoorde zeggen: daar waar de echte mensen wonen. Daar waar een obese vrouw met geblondeerde piekharen voorbij komt pruttelen op haar veel te kleine Tomos. Daar waar een man in Adidastrainingspak zijn vriend Rick van boven, met een gouden Ajaxketting, begroet met 'ouwe teringlijer'. Ik loop door hun buurt en kijk naar hun huizen. Oude, slecht onderhouden woningen. De dakpannen liggen er los en het voegsel is vergaan. Lijdzaam wachten ze af wat er hun kant op komt.

Met het hek aan mijn zijde loop ik om het grensgebied. Aan het einde van mijn ronde tref ik een keurig stel in de leeftijd rond de pensioengrens. Samen snoeien ze een oude struik. Als ik ze vraag naar het hek legt de man me uit dat het hele gebied moet worden gereinigd. Allemaal de schuld van honderd jaar Shell.

Als ik informeer wat er dan voor in de plaats moet komen, wijst de vrouw naar de nieuwe woontorens aan het IJ. "Er is vanavond een informatiebijeenkomst," tast ze voorzichtig. Maar voor ik haar enthousiasme kan temperen, zegt de man al snel: "Volgens mij is meneer van de andere kant." In zijn woorden proef ik de territoriale trots van een Noorderling.

"Inderdaad," antwoord ik rustig, "en waar woont u?" Zijn vinger gaat naar de nieuwbouw. Die trots groeit kennelijk snel. Ik bedank het stel, wens ze succes op de informatieavond en loop tussen hun woontorens door naar het pontje. En passant zie ik een algemene fitnessruimte. Voor de deur staan Vespa's.

Als ik op het pontje terug sta, kijk ik nog even achterom. Het is een fraai uitzicht, maar ik vrees voor wat daarachter ligt. Ik vrees voor wat de echte mensen te wachten staat.