Alsjeblieft

21 september. Het staat 4-0 in de Amsterdam Arena en de scheidsrechter legt de bal stil op de rand van de zestien. Achter die bal staan Lasse Schöne en Abdelhak Nouri. De eerste is de aangewezen man voor dit soort situaties, de tweede is een jonge speler waar de gemiddelde Ajax-fan vooral over heeft gehoord of gelezen. 

Een kwartier eerder maakte hij zijn debuut in Ajax 1. De twee praten, zoals voetballers op zulke momenten altijd praten. Niemand weet precies wat er wordt gezegd. We weten alleen wat we zien, en dat is Nouri. Hij schiet en hij scoort. 

 

Het is de herhaling van die goal die vandaag door mijn hoofd schoot, zoals bij veel mensen van alles door hun hoofd zal schieten. Want wat zie je, overduidelijk, vlak voor hij aanlegt voor zijn vrije trap? Alsjeblieft. Hij zegt alsjeblieft!

 

Geen profvoetballer in de geschiedenis van het vak heeft ooit alsjeblieft gezegd. Maar Abdelhak Nouri smeekte de vrijetrappenspecialist van zijn ploeg om de bal te mogen nemen. Hij mocht en hij scoorde. Natuurlijk mocht hij. Wie kan er met zo'n stand nee zeggen tegen een broekie van 19 met zulke ogen? En natuurlijk scoorde hij. Hij toonde het talent dat hij volgens kenners had en hij handelde zoals het een ware Ajacied betaamt: hij scoorde in zijn debuut.          

Na dat debuut zagen we veel van Nouri, maar we zagen hem niet vaak op het veld van de Arena. Er waren vlogs, er waren filmpjes, aandoenlijke interviews en we mochten inmiddels Appie zeggen, maar zijn wedstrijden speelde hij vooral bij het tweede. Soms baalde ik van die filmpjes, want ja, ze waren leuk en mooi, maar boven alles waren ze aandoenlijk. En topvoetballers horen niet aandoenlijk te zijn.

Nouri werd een knuffeltalent. Hij werd speler van het seizoen in de Jupiler League, maar dat vonden we eerder fijn dan terecht.

Maar dat was dat seizoen en nu kwam het volgende. Nu was het aan hem. En dat is het helaas niet meer. Nu is er verdriet, ongeloof en onbegrip. Zoals dat er bij iedereen zou zijn. Maar het voelt versterkt. Want Ajacied of niet, iedereen hield van Appie. Appie uit Geuzenveld die met zijn broer op een kamer slaapt. Appie het toptalent dat ook gewoon een stage loopt. Appie die alsjeblieft zei. 

Ook ik werd overvallen door een aandoenlijk beeld. Zoals veel mensen vandaag stilstaan bij een 'lekker ventje'. Respect is vereist, medeleven gewenst, en verder heeft iedereen recht op zijn eigen beelden en gevoelens. Maar ik kon het niet laten om mijn beeld, die halve seconde liplezen, verder af te spelen en om dat fragment te delen. Het omvat de gedachte aan een topsporter, hoe een 'fijn ventje' het ook is, vollediger: Appie zei niet alleen alsjeblieft, hij scoorde ook.