Jort van Dijk S Shore

Het zal er dit jaar weer niet van komen. De stad is al soms als een steenoven. Meisjes bungelen hun lange benen in het IJ. Rugzakken worden zweetplekken dus alleen het noodzakelijke wordt gedaan. Ik wil weg. Deze broeierige tijd van het jaar is die ene fantasie het grootst.

Dus ik luister naar The Doors en ik sluit mijn ogen en ik zit naast de Queen of the Highway. We razen over wegen waar je het einde niet van ziet. Een auto zonder airco, warme wind als verkoeling. We zijn born to be wild, maar ik zit op mijn bed en ik staar naar een stapel papieren. Ik zie de kaft van Kerouac, de zinnen van Salinger en een kortingsfolder voor de Sundays. Het zal er dit jaar vast weer niet van komen. En ook dit jaar is het mijn eigen schuld.

Mijn vakantiebonus is binnen, mijn belasting kreeg ik terug, dus ik zwom in het geld en ik sprong in de grachten en ik ging kopje onder in lokaal gebrouwen bier. Het is bijna zomer. Ik leef van terras tot terras. Ik ben on the road. Maar ik vergeet dat ik alle wegen hier al lang en breed ken.

Pas als ik mijn ogen sluit en die fantasie weer terug is, zie ik waar ik ook zou kunnen zijn. Dat land gebouwd op dromen. Eindeloos rijden door bekrompen grenzeloosheid. Asfalt vreten tussen grote steden. Ik trek door bossen met de dikste bomen, rij door kilometers lang maaiveld, maar ik weet dat mijn kop er ook dit jaar weer niet bovenuit zal steken.

Ik ben hier. In die kleine, door grachten gekrulde oven. Ik zal zitten onder die groene bomen. Ik zal trots zijn, want zo groen zijn ze alleen hier. Ik zal varen, zweten, werken en dan ineens is het op. Vakantiegeld, belastinggeld. Waaraan weet ik dan niet meer. Weer zal ik geen rijbewijs halen, dat heb je hier niet nodig. Dat is bovendien te duur. Weer ga ik niet weg. De droom is verder verwijderd dan een trans-Atlantische vlucht.

Deze zomer zal ik fietsen. Het zweet in mijn knieholtes rijden op weg naar de Keizersgracht. Want in Huis Marseille kan ik toch ergens anders zijn. Ergens in die fantasie. Rode rotsen, schrale motels, wegen zonder einde. Stephen Shore maakte foto’s van de reis die ik nooit heb gemaakt. Ze zijn pokon voor mijn fantasie. En ze zijn hier precies op tijd. Misschien moet ik deze zomer elke dag even langs. Het is er in elk geval koel. Geen terras, maar Huis Marseille. Geen pinpas, maar een Museumkaart. Een zomer sparen, rijden, en dan eindelijk op weg. Zal het er dan toch een keer van komen?